Beste lezer,
Afgelopen donderdag achtte een rechtbank in Californië Instagram-eigenaar Meta en Youtube-baas Google aansprakelijk voor de schade die het gebruik van verslavende socialemediaplatformen veroorzaakt. Voor schrijfster Roxane van Iperen klinkt het als de bevestiging van haar jongste essay Ik zie wat ik geloof. Daarin fileert ze genadeloos de vernietigende invloed van big tech. “Met die techplatformen dachten we een middel te hebben gevonden om menselijke relaties te faciliteren of de waarheid te verspreiden”, zegt ze in het interview dat ik met haar had. “Maar dat is hun verdienmodel niet. De platformen zijn zo ontwikkeld dat ze vuur aanwakkeren. Want iemand die opgewonden raakt, blijft hangen.” Haar analyse leest bij momenten als een donkere wolk. Sociale media trekken de samenleving uit elkaar tot losse atomen, waardoor het gemeenschapsgevoel volledig verdwijnt. Vermarkting, globalisering en individualisering maken van ons prestatie-ondernemers, waarbij we ons levenssucces afmeten aan het aantal likes dat we krijgen op sociale media. Van Iperen ziet zichzelf in de eerste plaats als analist, oplossingen voor complexe problemen pretendeert ze niet te hebben. Toch geeft ze enkele aanzetten. We moeten terug de fysieke ruimte bezetten, zegt ze. Weg van het virtuele universum, terug naar de wereld waarin we elkaar echt onder ogen komen. In een smartphoneverbod gelooft ze echter niet. “We verschuiven zo het probleem naar de kwetsbaarste groep: de kinderen. Waarom reguleren we de techbedrijven niet?” Wie weet geeft de rechtbank in Californië daartoe een eerste aanzet.
|