Goeienavond beste lezer, “De identificatie van de stoffelijke overschotten moet daarover duidelijkheid brengen. Daarvoor worden de families van de zes vermiste arbeiders ter plaatse gebracht, aldus het arbeidsauditoraat." Wat is ambtelijke taal toch hard en koud. Het ene moment ben je nog een mens die ’s ochtends naar zijn werk gaat. Bij wie het mogelijk pijn deed om op te staan. Die misschien zijn boterhammen nog heeft gesmeerd en "Tot vanavond" zei tegen zijn geliefde. Het volgende moment ben je een “stoffelijk overschot”: wat nog van je overschiet dus – een lichaam zonder ziel. Het restje. En “wordt je familie ter plaatse gebracht”: het zijn woorden waarvan de emotieloosheid omgekeerd evenredig is met het verdriet van de familieleden. Ik dacht vandaag al veel aan de zes arbeiders die zijn omgekomen bij een brand in een Brussels gebouw. Ze begonnen ongeveer tegelijk met mij in alle vroegte te werken, nog geen kilometer van de redactie vandaan. Ik zag de rookpluim die hun onheil aankondigde. Ze waren aan het werk in een liftcabine die naar beneden viel. Zonder het te weten waren ze in hun eigen doodskist gestapt. |