Goeienavond beste lezer, In vreedzamer tijden heb ik de Damavand beklommen, met zijn 5.671 meter de hoogste berg van Iran. Het was mijn eerste vijfduizender en een onvergetelijke ervaring, los van de ontberingen: last van de hoogte en van de kou. Het was oktober en er lag al een dik pak sneeuw. In de slaapzaal van het hoogste basiskamp was er geen verwarming. Ik hapte naar adem en wou tegelijk zo diep mogelijk in mijn slaapzak kruipen. Gelukkig hadden we ons voor de nachtrust mogen opwarmen in het lokaal waar de winterse hutbewakers verbleven. Er brandde een oliekacheltje, we mochten ons op de tapijten nestelen en kregen een kop thee. In ruil konden wij een stukje Belgische chocolade aanbieden. Of we toen veel gepraat hebben, kan ik me niet herinneren. Alleen dat zoveel gastvrijheid hartverwarmend veel deugd deed. Helaas konden de Perzische tapijten niet vliegen. Daags nadien bleek een van mijn medereizigers te kampen met felle buikkrampen. Hij had af te rekenen met hevige pijn en had dringend medische zorg nodig. Een reddingshelikopter bellen was geen optie. Gelukkig waren onze sherpa’s – al heten ze in het Farsi wellicht anders – geen afzetters en begeleidden ze ons zo snel mogelijk terug naar Teheran. Het bleken nierstenen te zijn. Op de Mount Everest had mijn verhaal een heel ander staartje kunnen krijgen, zeker financieel. En voor de neergeschoten Amerikaanse piloot hoop ik dat hij toevallig een stukje chocolade in zijn uniform heeft zitten. Fijn weekend! |